Het bepalen van de processor capaciteit in de loop van de tijd stelt aan aantal problemen:
Rond 1975 gaf men de snelheid van een machine op in cyclustijd van het geheugen (zie Varian en PDP).
Vanaf 1978, na de introductie van de Vax 11/780, werd het gebruikelijk om de
snelheid te meten in Vax Mips (Mega Instructions Per Second).
Het meten van die Vax Mips (kortweg Mips) werd gedaan met testprogramma's
en afhankelijk van het gebruikte testprogramma kon het gemeten resultaat sterk
beinvloeden. Voor het meten van de snelheid met vlottende komma getallen
gebruikte men Mflops (Mega Floating Point Operations Per Second). Mflops hebben
uiteraard dezelfde problemen als Mips.
Rond 1988 is men begonnen standaard test programmas te gebruiken om de processor snelheid te meten. Dus de testprogrammas lagen vast en gaven een resultaat in
De eerste versies van deze test gaven SpecInt89 en SpecFloat89. Later kwamen de SpecInt92, SpecFloat92, SpecInt95, SpecFloat95.
Bovendien waren deze tests niet geschikt voor multiprocessor machines en dus kwamen SpecIntrate en SpecFloatrate ...
Om al deze gegevens in eenheden die niet in elkaar omgerekend kunnen worden in een grafiek te stoppen gebruiken we als eenheid van performantie Mips (Meaningless Indicator of Performance) Tussen 1979 en 1989 valt de mips samen met de Vax Mips. Voor 1979 gebruiken we realistische schattingen. Na 1989 hebben we de SpecInt omgerekend met de verhouding die we kennen uit de paar machines waarop Mips en SpecInt samen opgegeven werden.
Onze grafieken zijn gebaseerd op de gegevens die de computerfabrikant ten tijde van de aankoop van de machine opgaf.
Het departement heeft zijn machines steeds ingedeeld in
| servers : | machines waarop iedereen kon werken |
| werkstations : | machines met grafisch scherm die op iemands bureau stonden en vooral door die persoon gebruikt worden. |
In de grafieken vindt je steeds een grafiek met enkel de servers, maar ook een grafiek waarin de servers en werkstations samen opgenomen zijn.
De processor capaciteit van machines die enkel voor het sturen van een scherm dienen (bv. Xterminalen) zijn niet opgenomen in de grafieken.
GRAFIEK CUMULATIEVE PROCESSOR CAPACITEIT (LINEAIR EN LOGARITMISCH)
Deze grafiek geeft een idee van de kostprijs per mips. We hebben de totaalprijs van een server die bij zijn aankoop een tiental interactieve gebruikers kon bedienen genomen en hieruit de kostprijs per mips bepaald. Het feit dat in de prijs sterk verschillende hoeveelheden schijfruimte zit, vinden we niet echt verkeerd omdat de behoefte aan schijfruimte per gebruiker constant toeneemt met de tijd.
In de grafiek zijn opgenomen:
| 1979 | pdp 11/60 |
| 1984 | vax 11/750 |
| 1987 | sun 3/180 |
| 1989 | sun 3/280 |
| 1991 | sun4/75 |
GRAFIEK KOSTPRIJS (BEF)/MIPS (LINEAIR EN LOGARITMISCH)
|
Copyright ©2001, Katholieke Universiteit Leuven, Departement Computerwetenschappen Reacties naar: Conservator URL van deze pagina: http://www.cs.kuleuven.be/museum/getallen/mips.html |